Tafels 1 t/m 10: alles wat je moet weten
De tafels van 1 tot en met 10 zijn de kern van het rekenonderwijs op de basisschool. Samen vormen ze 100 keersommen die elk kind moet kennen. In dit artikel geven we per tafel een korte samenvatting: wat maakt elke tafel bijzonder en waar zitten de valkuilen?
Tafel van 1 en 2
De tafel van 1 is de makkelijkste: het antwoord is altijd het getal zelf. De tafel van 2 is verdubbelen. Beide tafels leren kinderen meestal zonder moeite. Ze zijn het startpunt van het tafels leren.
Tafel van 3, 4 en 5
De tafel van 3 is de eerste tafel zonder duidelijk patroon. De tafel van 4 is twee keer de tafel van 2 (verdubbelen). De tafel van 5 eindigt altijd op 0 of 5.
Tafel van 6, 7, 8 en 9
Dit zijn de moeilijkste tafels. De tafel van 6 is de eerste echt lastige tafel. De tafel van 7 heeft geen patronen. De tafel van 8 kun je verdubbelen vanuit de tafel van 4. De tafel van 9 heeft verrassend veel patronen (vingertjestruck, cijfers tellen op tot 9).
Tafel van 10
De tafel van 10 is na de tafel van 1 de makkelijkste: plak een 0 achter het getal. Kinderen leren deze tafel vaak tegelijk met de tafel van 1, 2 en 5.
Hoeveel sommen zijn het echt?
10 tafels x 10 sommen = 100 keersommen. Maar dankzij omkeersommen (3×7 = 7×3) zijn het in werkelijkheid maar 55 unieke sommen. En daarvan zijn de makkelijke (tafel van 1, 2, 5, 10) al snel geleerd. De echt lastige sommen zijn er nog geen 15.
Met de juiste volgorde, dagelijks oefenen en afwisselende methodes kan elk kind alle tafels van 1 tot en met 10 onder de knie krijgen. Oefen op Mijntafeldiploma.nl en haal je tafeldiploma.