Van tafels naar grotere sommen: hoe je doorgroeit na groep 4
De tafels van 1 t/m 10 zijn de basis. Maar na groep 4 komen de grotere sommen, 13 × 7, 25 × 4, 6 × 38. Wie de tafels goed beheerst, maakt die stap soepel. Wie ze nog niet geautomatiseerd heeft, loopt hier vast.
Hoe de tafels doorwerken in grotere sommen

Bij vermenigvuldigen met grotere getallen, ook wel "uitgeschreven vermenigvuldigen" of de "staartmethode", splits je een getal op in tientallen en eenheden. 13 × 7 wordt dan: 10 × 7 = 70 en 3 × 7 = 21, dus samen 91.
Elk van die tussenstappen is een tafelsom. Wie 10 × 7 en 3 × 7 niet direct weet, strandt bij elke stap. De tafels zijn geen doel op zich; ze zijn het fundament voor al het vermenigvuldigen dat daarna komt.
Wanneer is een kind klaar voor grotere sommen?
Als de tafels van 1 t/m 10 volledig geautomatiseerd zijn, dus elk antwoord in minder dan 3 seconden, is je kind klaar voor de volgende stap. Kom je er twijfelend bij? Dan is het beter eerst de tafels te consolideren. Meer over wanneer tafels echt "geleerd" zijn lees je in tafels automatiseren.
De overgang praktisch maken
- Oefen de splitsingstechniek eerst met makkelijke getallen: 12 × 3, 11 × 4
- Laat je kind hardop denken: "10 × 4 = 40, 2 × 4 = 8, dus 12 × 4 = 48"
- Zorg dat de tafels van 1 t/m 10 echt automatisch gaan voor je verder bouwt
Lees ook waarom de tafels de basis zijn voor al het rekenen.